Theatersport
is een improvisatievoorstelling in de vorm van een wedstrijd.
Twee teams dagen elkaar uit tot het spelen van scènes. Zij
geven aan wat voor soort scène zij gaan spelen en vragen het
andere team om een soortgelijke spelvorm te kiezen. Het publiek is
erg belangrijk bij theatersport. De ingrediënten van de scène
- de karakters, de relatie tussen de karakters, de plaats van handeling,
de inhoud, de stemming enzovoort - vragen de spelers aan het publiek.
Nadat de teams elkaar uitgedaagd hebben voor de meest spannende scene,
bepaald het publiek hoe de scene gespeeld gaat worden (verliefd of
juist droevig), waar de scene zich afspeelt (in het zwembad of op
de WC), wie de personages zijn, enzovoorts. Met de suggesties van
het publiek spelen de acteurs een kort geïmproviseerd toneelstuk.
Het wedstrijdelement bestaat uit het beoordelen van het spel van beide
teams. Een ter zake kundige jury (de
rechters), geven hun waardering door middel van punten
van 0 tot 5 voor het vertoonde spel. Zij letten daarbij op techniek
(is de game op de juiste manier toegepast) , inhoud (gaat het
ergens over, wordt er een verhaal verteld) en amusement (is
het leuk, ontroerend of juist spannend om naar te kijken). Soms krijgt
ook het publiek de kans om het team dat volgens hen het 'beste' was
punten te geven: meeste stemmen gelden.
De spelers gaan niet geheel zonder voorbereiding het podium op; zij
zijn getraind in technieken en methoden
(games) om de door het publiek aangegeven inhoud om te
zetten in interessant spel. Deze maken het mogelijk om de principes
en basistechnieken van het toneelspel te combineren met spontaniteit
en orginaliteit. Alles is mogelijk in theatersport en het antwoord
op de vraag "wat is theatersport" kan dus inderdaad luiden:
"zegt u het maar". De kracht van een theatersportvoorstelling
is dat zowel publiek als spelers absoluut niet weten hoe de avond
gaat verlopen.
Theatersport is een internationaal fenomeen. Grondlegger is Keith
Johnstone. Deze Canadees begon ongeveer 20 jaar geleden te
werken met acteurs met een overdosis plankenkoorts. Hij ontwikkelde
oefeningen gebaseerd op het principe: "maak de ander tot ster".
|